ONTWIKKELEN VAN DE TOEGANGSMODULE

Naast de contractuele aspecten van het onboarden dient de eindgebruiker er ook voor te zorgen dat zijn IT-systeem klaar is om de benodigde controle- en deactiveringstransacties aan te maken die aan het verificatiesysteem worden doorgegeven.

De IT-afdeling of de externe softwareleverancier van de eindgebruiker moet een bepaald proces doorlopen voordat de betreffende eindgebruiker aan de fase van de technische implementatie van de toegang tot het verificatiesysteem kan beginnen.

Op de functionaliteit die op het niveau van de eindgebruiker ontwikkeld moet worden, gaan we in dit hoofdstuk niet nader in. Wij verwijzen hiervoor naar de informatiesessies die in 2017 en 2018 georganiseerd zijn, naar de documenten die op de website van de BeMVO beschikbaar zijn en naar het ontwikkelportaal van de BeMVO, waarin in detail wordt beschreven welke acties de eindgebruikers met het oog op de FMD moeten uitvoeren.

Implementatie van de software

implementatie van de software

In de eerste fase van de implementatie van de software wordt de oplossing/module ontwikkeld die op het niveau van de eindgebruiker toegepast zal worden. Deze fase bestaat uit de volgende hoofdstappen:

a) De IT-afdeling / externe softwareleverancier (hierna beide te noemen: SWS (software supplier)) maakt verbinding met het ontwikkelportaal van BeMVO/Arvato en vraagt toegang tot dit portaal:

https://www.sws-nmvs.eu/

b) BeMVO voert een rechtmatigheidscontrole uit en verifieert of de aanvragende SWS toegang mag krijgen tot het ontwikkelportaal;

c) Als de uitkomst positief is, bevestigt de BeMVO het verzoek aan het portaal en het portaal stuurt de toegangsgegevens naar de aanvragende partij.;

d) De SWS kan nu alle noodzakelijke documentatie en bestanden downloaden waarmee hij de webservice en de toegang van de gebruiker tot het systeem kan ontwikkelen;

e) De SWS ontwikkelt de diverse bedrijfsprocessen in het ERP, POS, .. -systeem van de gebruiker, of zet een standalonesysteem op, om de verschillende soorten toegang en transacties te genereren en zo de toegangsvereisten te integreren;

f) Tijdens de ontwikkeling kan de SWS de diverse aspecten testen met behulp van testscripts die in het ontwikkelportaal te vinden zijn.

Optionele pilottests
Wanneer de SWS zijn ontwikkeling als gereed beschouwt, kan hij aanvullende pilottests aanvragen.  Deze pilottests worden uitgevoerd in de IQE-omgeving van het NMVS, en de SWS kan hierdoor niet alleen de transacties testen (controle en deactivering) maar ook zijn procedures voor het implementeren van gebruikers.
De pilottests kunnen ook na de baselinetest opgezet worden.

De tweede fase van de software-implementatie betreft de Baseline Testing, die voor elke versie van de systemen van de eindgebruiker uitgevoerd moet worden:

a) Aan het ontwikkelportaal van Arvato is een nieuw onderdeel toegevoegd: Baseline Testing.
Het doel van dit onderdeel is met name om de SWS een formele weg te bieden om te controleren of de diverse webservices die ontwikkeld zijn de gewenste uitkomsten geven.

b) Uitvoeren van de Baseline Testing: de Baseline Testing bestaat uit een aantal eenvoudige testcases die staan voor logische ketens van bedrijfsprocessen en de mogelijkheid bieden om testgegevens aan te maken.

c) Als de Baseline Testing geslaagd is, vult de SWS het testrapport-sjabloon in en laadt het document op het ontwikkelportaal op.

d) De BeMVO bevestigt de ontvangst van het testrapport met het bewijs dat alle tests met succes afgerond zijn. De BeMVO controleert ook de onderliggende audit trail van de uitgevoerde tests.

e) BeMVO en de SWS spreken met elkaar af hoe de implementatie zal worden aangepakt.

De Baseline Testing moet uitgevoerd worden bij elke belangrijke upgrade naar een nieuwe versie van het systeem van de gebruiker.

Upgrades van het verificatiesysteem

Afhankelijk van de wensen en de eisen van de Europese commissie en de stakeholders van de EU of de nationale bevoegde autoriteiten, worden jaarlijks twee grote upgrades van het verificatiesysteem verwacht.

De upgrades zijn altijd achterwaarts compatibel met de voorgaande versie.

De IT-afdelingen en providers van gebruikers moeten de baselinetest dus voor elke nieuwe versie van het verificatiesysteem uitvoeren en dat moet gebeuren voordat een volgende nieuwe versie actief wordt, in zoverre de aangebrachte veranderingen in het systeem impact hebben op de connectie en/of diensten voor de eindgebruiker.

Het uitvoeren van deze fase en het contractueel onboarden van de eindgebruiker zijn vereist voordat met de volgende fase, de implementatie van de eindgebruiker voor toegang tot het verificatiesysteem, kan worden begonnen.